Gezond verstand

 

 
 

“Toen Paulus dat tot zijn verdediging aanvoerde, riep Festus: ‘U slaat wartaal uit, Paulus! Het vele studeren drijft u tot waanzin.’ Maar Paulus zei: ‘Het is geen wartaal, excellentie. Integendeel, wat ik zeg is waar en getuigt van gezond verstand.’”   (Handelingen 26, 24-25)

 

 
Paulus zit gevangen in Caesarea. Nog even en zijn reis naar Rome begint. Maar voordat het zover is krijgt hij van God nog één keer de gelegenheid om in deze stad van zijn geloof te getuigen. De Romeinse stadhouder Festus en de Joodse koning Agrippa zijn wel benieuwd naar de nieuwlichterijen die hij te vertellen heeft. Het is een kans die Paulus met beide handen aangrijpt: vol vuur verdedigt hij zijn geloof.

Maar hoewel Agrippa geboeid naar Paulus’ pleidooi luistert, neemt bij Festus de irritatie steeds verder toe. Op een gegeven moment kan hij zich zelfs niet langer bedwingen. Een Messias die is opgestaan uit de doden? Wat een wartaal! Festus’ conclusie is duidelijk. Die Paulus is geen volwaardige gesprekspartner. Het is hem in de bol geslagen.

Paulus reageert heel zelfverzekerd. Of beter: hij is verzekerd van zijn geloof. Hij wéét dat het geen wartaal is die hij uitslaat. Hij is het contact met de werkelijkheid niet kwijtgeraakt. Christus leeft! Dat is wat zijn gezond verstand hem vertelt. Vol overtuiging komt hij dan ook voor deze ‘dwaasheid’ uit, valse schaamte kent hij niet. Het is een houding die heel Paulus’ optreden karakteriseert. Discussies treedt hij met een open vizier tegemoet. Paulus is wat dat betreft de apologeet bij uitstek.

Het evangelie vraagt niet van je dat je oogkleppen opzet. Integendeel. Je mag je juist volop in de werkelijkheid om je heen verdiepen. Juist het geloof wil daarbij aanzetten tot gesprek. Je hoeft dan ook niet bang te zijn om het gesprek met ongelovigen aan te gaan. Je geloof heeft enorm sterke papieren. Geloven getuigt juist van een gezond verstand.

Terug naar Caesarea. Paulus ziet dat Agrippa niet ongeroerd is gebleven door het evangelie. Het evangelie klopt aan zijn hart. Maar als Paulus hier een opmerking over maakt, geeft Agrippa niet thuis. Schamper zegt hij: “dadelijk krijgt u mij nog zover dat ik me voor christen uitgeef.” Dat nooit.

Paulus merkt hier dat het uiteindelijk niet de mensenwoorden zijn die het geloof werken. Alleen de Heilige Geest kan gebarricadeerde harten openbreken. Ook hier is Paulus reactie dan ook weer tekenend. “Of het nu dadelijk is of niet, ik zou tot God willen bidden dat niet alleen u, maar allen die nu naar me luisteren net zo worden als ik, afgezien dan van deze boeien.”

Je mag als christen weten dat God jouw woorden in gesprekken wil gebruiken. Je mag daarbij een instrument zijn in zijn hand. Hij wil je de juiste woorden in de mond geven. Ook al heb soms zelf wel eens twijfels aan je verstand.

Je geloof volledig bouwen op argumenten, dat is ongezond. Maar ontkennen dat die argumenten er zijn is wat dat betreft nog veel ongezonder.

 

 


Zout 20 - mei 2007