Eigenaar zoekt arbeiders

 

 
 

“Hij zei tegen hen: ‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.”    (Lucas 10, 2)

 

 
Uit de bovenstaande woorden van Jezus spreekt een bepaalde wanhoop. Als geen ander ziet hij hoe de mensen om zich heen hunkeren naar het evangelie. Iedere dag opnieuw trekken massa’s mensen achter hem aan. In hen ziet hij de enorme kudde die op zoek is naar een herder. Maar helaas – arbeiders zijn er weinig, de oogst loopt gevaar.

Nu spreekt Jezus deze woorden uit op een moment dat hij net iets aan dit arbeiderstekort gaat doen. Voor hem staan 72 evangelisten. Nog even en zij worden de oogst ingestuurd. Ter voorbereiding krijgen ze een uitvoerige instructie mee, want het werk zal niet gemakkelijk worden. Ze gaan als lammeren onder de wolven. Toch valt het op dat Jezus de 72 hierbij allereerst oproept tot gebed. Ook zij moeten beseffen dat het de eigenaar is die hen de oogst instuurt. God zelf heeft de regie in handen, Jezus maakt wat dat betreft korten metten met een iedere activistische houding. Alleen de eigenaar kan wasdom, volgroeiing geven.

Nu kun je wanneer je in je eigen omgeving om je heen kijkt soms ook behoorlijk moedeloos worden. De oogst in Nederland lijkt rijper dan ooit te voren. Veel mensen zijn uitvoerig op zoek naar het spirituele, het hogere. Maar helaas lijkt het opschietende onkruid van mensen als Uri Geller en Char grote delen van de oogst te vernielen. Pseudo-religie is actueler dan ooit te voren.

Toch hoef je wanneer je dit ziet niet bij de pakken neer te zitten. Ook nu mag het een hele troost zijn te weten dat God zelf voor zijn oogst zorgt. Tegelijk denk ik dat we daarbij als christenen wel eens wat vaker mogen dromen. We mogen dromen en geloven in de enorme kracht van het evangelie van Christus. God is in staat volksmassa’s te bekeren, het boek Handelingen staat er vol mee. Christus vraagt ook van ons dat we tot de heer van de oogst bidden of hij arbeiders wil geven. Laten we dat doen. En vergeet daarbij hem ook niet te danken voor de vele broers en zussen die hij ons hierbij al gegeven heeft. God belooft ons een gouden toekomst!
 

‘Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de Heer rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen, machtige naties zullen zeggen: ‘Laten we optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.’

(Jesaja 2, 2-3)

 

 


Zout 24 - mei 2008