Op reis

Spreek, Heer

Weet je nog dat Hanna een kindje zou krijgen? Inmiddels heeft zij een jongentje gekregen, Samuël. Als Samuël vier jaar oud is brengt Hanna hem naar Silo, naar de tabernakel. Dat had ze beloofd aan priester Eli. Samuël mag daar gaan werken voor de Heer.

Spreek, HeerOp een nacht ligt Samuël te slapen. Maar opeens schrikt hij wakker. Wat is dat? “Samuël, Samuël.” Wie roept hem daar in de nacht? Samuël staat op en gaat naar Eli. Die slaapt bij de ark. “Hier ben ik, u hebt me toch geroepen?” Maar Eli weet van niets. “Ga maar weer slapen, jongen.”

Samuël valt weer in slaap. Opnieuw word hij wakker geroepen. “Samuël, Samuël.” Ook nu weet Eli van niets. En als Samuël voor de derde keer bij Eli komt, begrijpt Eli wat er aan de hand is. Het is de Here zelf die Samuël roept. Eli zegt: “Samuël, wanneer je nog een keertje wordt geroepen moet je dit zeggen: ‘Spreek, Heer, uw dienaar luistert.’”

Samuël doet dit. De Here spreekt. Het gaat over Eli’s zonen. Die zijn ook priesters, maar ze doen hele gemene dingen. Samuël moet Eli gaan vertellen dat hij en zijn zonen gestraft gaan worden. Samuël vindt dat enorm moeilijk, maar doet het toch. Samuël is profeet van de Here geworden.

Bijzonder is dat. De Here spreekt met Samuël. Maar weet je wat het mooie is? Ook nu wil de Here tot je spreken, door de Bijbel. En wij mogen antwoorden, in gebed. Het verhaal van Samuëls roeping lees je in 1 Samuël 13.

Scroll naar top