Op reis

Kijk naar de sterren

Abram en Saraï zijn schatrijk. God heeft hun zoveel gegeven. Tenten, koeien, schapen. Toch is er iets dat ze heel erg missen. Ze hebben geen kinderen. Jarenlang hebben ze er om gebeden, maar nu lijkt het te laat. Ze zijn te oud om nog kinderen te kunnen krijgen.

Kijk naar de sterrenMaar dan, in een nacht, spreekt God tot Abram. “Abram, kijk eens naar boven. Probeer de sterren eens te tellen.” Abram kijkt omhoog. Boven hem twinkelen miljoenen lichtjes. Wat een prachtig gezicht. Tegelijk schudt Abram zijn hoofd. Wat God vraag is onmogelijk. Sterren zíjn niet tellen.

Dan doet God Abram een hele bijzondere belofte. “Weet je, Abram? Zo zal het straks ook met jouw nakomelingen zijn. Niet te tellen, zoveel. Dat beloof ik je!”

Abram heeft het vast wel moeilijk gevonden om dit te geloven. Stel je voor: een opa en oma die nog een klein kindje krijgen. Dat kan toch niet. En dan zou daar ook nog eens een groot volk groeien? Toch vertrouwen Abram en Saraï op de Here. Hij kan alles. Hij doet wat Hij belooft. Dat weten ze.

Abram en Saraï krijgen later nieuwe namen: Abraham en Sara. Ze moeten na Gods belofte nog vijfentwintig jaar wachten op de komst van hun zoon Isaak. Abraham is dan al honderd jaar oud. Je kunt er over lezen in Genesis 21, vers 1 tot en met 7. Uit deze zoon groeit de het volk Israël.

Scroll naar top